26-11-2010

ABP pensioen niet omhoog in 2011

De pensioenen en opgebouwde pensioenaanspraken bij ABP blijven op 1 januari 2011 bevroren. ABP heeft nog te kampen met een dekkingstekort en mag de pensioenen niet verhogen. De dekkingsgraad lag op 31 oktober, het peilmoment, op 96%. Om (gedeeltelijk) te mogen indexeren moet de dekkingsgraad in elk geval boven de 104,3% uitkomen.

Het bestuur van ABP heeft besloten de herstelopslag op de pensioenpremie te handhaven op 1%. Verhoging naar het maximum van 3% is vooralsnog niet nodig omdat ABP op 31 oktober op schema lag met het herstelplan. Begin 2011 bekijkt het bestuur de financiële positie opnieuw. Dit kan leiden tot het besluit de herstelopslag per 1 april 2011 te verhogen.

De basispremie voor het pensioen, die kostendekkend moet zijn, stijgt op 1 januari 2011 licht met 0,1%-punt. Maar eind dit jaar komen de nieuwste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de levensverwachting beschikbaar. Het bestuur van ABP baseert sinds 2006 het financiële beleid consequent op de meest recente prognoses van het CBS. Als die een verdere stijging van de levensverwachting vanaf 65 jaar aangeven wordt het kosteneffect hiervan volledig verwerkt in een hogere pensioenpremie vanaf 1 april 2011.

Indexatieachterstand loopt verder op
Het is de ambitie van ABP de pensioenrechten te laten meegroeien met de gemiddelde loonontwikkeling bij overheid en onderwijs (indexatie). Maar dit kan alleen als de financiële positie van ABP het toelaat. De beslissing over de indexatie baseert het bestuur van ABP op de dekkingsgraad van eind oktober. Op 31 oktober 2010 bedroeg de dekkingsgraad van ABP 96%. Dat is ruim lager dan de grens beneden welke sprake is van een dekkingstekort (104,3%). Bij onderdekking mag een pensioenfonds helemaal geen indexatie geven.

De gemiddelde loonontwikkeling over 2010 bij overheid en onderwijs bedroeg 1,16%. Nu de pensioenrechten niet met dit percentage kunnen worden verhoogd loopt het totale (structurele) indexatietekort op tot 7,97% per jaar. Doordat er in 2011 helemaal niet geïndexeerd mag worden missen de gepensioneerden ook een nabetaling van 0,46% en een eenmalige uitkering van 0,33%.

Om weer volledig te kunnen indexeren moet de dekkingsgraad van ABP naar boven de 135%. Tussen de 104,3% en de 135% kan er gedeeltelijk geïndexeerd worden. Bij een dekkingsgraad van boven de 135% is het ook de ambitie van ABP om de indexatieachterstand weer helemaal in te lopen door het naar de toekomst toe extra verhogen van de pensioenen en opgebouwde pensioenaanspraken (na-indexatie). Het nadeel dat de gepensioneerden al hebben ondervonden in de jaren dat er sprake is van een indexatieachterstand wordt daarmee niet goedgemaakt.

Premies ABP 2011
De kostendekkende premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen (OP/NP) gaat volgend jaar met 0,1%-punt omhoog. Samen met de herstelopslag van 1%-punt bedraagt de OP/NP-premie (inclusief ANW-reparatie) vanaf 1 januari 21,7%. De werknemer betaalt daarvan 6,645%. Per 1 april gaat de premie vermoedelijk verder omhoog (zie boven). De premie voor het ABP ArbeidsOngeschiktheidsPensioen (AOP) gaat omlaag naar 0,3% (HBO: 0,2%). De werknemer betaalt daarvan 0,075% (HBO: 0,05%).

Deze premies worden berekend over het jaarsalaris na aftrek van een franchise of premievrije voet. De OP/NP-franchise wordt in 2011 voor iedereen €10.700. Maar voor werknemers, die zijn geboren vóór 1950 en nog gebruik kunnen maken van de FPU-regeling, leidt deze lage franchise niet tot extra pensioenopbouw. Voor de opbouw van hun ouderdoms- en partnerpensioen geldt een hogere franchise van in 2011 €17.300. De franchise voor AOP wordt voor iedereen €18.450.

De Overgangspremie VPL, die wordt ingehouden voor de financiering van de FPU en de extra inkoop van pensioen voor degenen die niet meer met FPU kunnen, blijft op 3,7% staan. Hiervan komt 2,25% voor rekening van de werknemer. Deze premie moet over het hele salaris worden betaald (dus zonder aftrek van een franchise). De premie voor het PartnerPlusPensioen, een door veel leden afgesloten keuzeproduct, gaat in 2011 iets omhoog naar 1,5%.