Pensioenakkoord houdt stand na extra toezeggingen Kamp
Minister Kamp heeft het Pensioenakkoord op de valreep kunnen redden met een paar laatste concessies. Daarmee werd voldaan aan de voorwaarden die het CNV had gesteld en kon ook een meerderheid van de FNV-bonden over de streep worden getrokken. Door de extra toezeggingen kunnen (ook) de lagere inkomensgroepen eerder stoppen met werken. Kamp heeft verder uitgebreide waarborgen aangekondigd voor een eerlijke verdeling tussen de generaties. Ten slotte is beter vastgelegd dat cao-partijen afspraken kunnen maken over extra premiestorting door werkgevers bij dekkingstekorten. Bonden en werkgevers bij overheid en onderwijs starten nu, binnen de kaders van het akkoord, de onderhandelingen over de noodzakelijke vernieuwing van de ABP-regelingen.
Betere mogelijkheden vervroegde uittreding voor de lagere inkomensgroepen
Er komt een werkbonus tussen de 61 en 65 jaar van maximaal € 10.600 over 4 jaar. Deze vervangt de extra arbeidskorting voor wie 58 jaar of ouder is en de huidige doorwerkbonus vanaf 62 jaar. De nieuwe bonus komt meer ten goede aan de lagere inkomens. In het mondelinge overleg met de Tweede Kamer heeft Kamp nog wat nadere toezeggingen gedaan. Hierdoor blijft het nadeel bij alleen AOW of een laag aanvullend pensioen van stoppen met werken met 65 jaar vanaf 2020 beperkt tot ca 1,5%. En vanaf 2025, als de AOW-leeftijd vermoedelijk naar 67 jaar gaat, tot 3%.
Wie nu deelneemt aan de levensloopregeling en eind 2011 minstens €3000 heeft gespaard kan hier gewoon mee doorgaan. Jammer is wel dat vanaf 2012 geen heffingskorting meer wordt opgebouwd (nu €201 per jaar deelname).
Vanaf 2013 kan er tot maximaal €20.000 worden gespaard in de nieuwe vitaliteitsregeling. Per jaar geldt een maximuminleg van € 5000. De besteding is vrij, dus het spaarsaldo mag ook gebruikt worden als aanvulling op het inkomen bij eerder stoppen met werken. Wel mag vanaf het jaar dat men op 1 januari 62 is nog maar maximaal €10.000 per jaar worden opgenomen.
"Generatieproof" nieuw pensioencontract
Er komt een hele reeks waarborgen dat de lasten en lusten eerlijk over de generaties worden verdeeld. Deze waarborgen moeten nog worden verder uitgewerkt door de overheid in goed overleg met de sociale partners. Een cruciaal element daarbij is een prudente discontovoet waarmee de pensioenfondsen hun verplichtingen mogen of moeten uitrekenen. Belangrijk zijn ook de vastlegging van een op het eigen (huidig en toekomstig) deelnemersbestand afgestemd risicoprofiel dat leidend is voor het beleggingsbeleid en voldoende grote buffers.
Risicodeling werkgevers/werknemers
In het pensioencontract kan worden geëxpliciteerd onder welke omstandigheden cao-partijen in gesprek kunnen gaan over een tijdelijke premieaanpassing. De premiestabilisatie uit het Pensioenakkoord staat nadrukkelijk niet in de weg dat cao-partijen op deze wijze afspraken maken over extra premiestorting door werkgevers in financieel moeilijke tijden.
Klik hier voor de brief van 14 september 2011 van Minister Kamp aan de Tweede Kamer