Pensioenen in 2012 weer niet omhoog
ABP kan de pensioenen en opgebouwde pensioenaanspraken opnieuw niet laten meestijgen met de lonen. De dekkingsgraad van ABP lag eind oktober op 93,8%. Dit is ruim onder de 104,3% (grens dekkingstekort) die onder de huidige pensioenregels minimaal vereist is om (gedeeltelijk) te mogen indexeren. Het is nog steeds vooral de lage rente die de dekkingsgraad naar beneden drukt. De gemiddelde loonstijging bij overheid en onderwijs was in 2011 overigens zeer gering: 0,25%. Het bevroren blijven van de pensioenen betekent dat de indexatieachterstand per 1 januari 2012 licht oploopt van 7,97% naar 8,24%. Door de bevriezing lopen de gepensioneerden in januari ook een zeer kleine nabetaling en eenmalige uitkering mis van samen 0,19%.
Herstelplan
Begin 2012 moet het bestuur van ABP beoordelen of het fonds nog voldoende op koers ligt met het herstelplan. Dit plan moet er toe leiden dat ABP begin 2014 uit dekkingstekort is. Daarvoor is nodig dat de dekkingsgraad eind 2011 minimaal (ruim) 95% bedraagt. Is de financiële positie eind 2011 onvoldoende, dan gaat in 2012 de herstelopslag op de premie naar 3 procentpunt. Maar het bestuur zal in dat geval ook aanvullende maatregelen moeten nemen. Behalve het overwegen van verdere verhoging van de herstelopslag op de premie, wat de dekkingsgraad weinig helpt, lijkt dan niet te ontkomen aan een voornemen tot verlaging van de pensioenen en pensioenaanspraken (afstempeling) per 1 april 2013. Dit voornemen hoeft niet te worden uitgevoerd als de financiële positie eind 2012 voldoende is verbeterd. De vertaling van het pensioenakkoord in een nieuw financieel toezichtskader, dat per 1 januari 2014 in werking zou moeten treden, kan hierbij wellicht toch al een positieve rol spelen.
Voorlopige pensioenpremies in 2012
Het bestuur van ABP heeft de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen, in afwachting van de evaluatie van de voortgang van het herstelplan, vooralsnog ongewijzigd gelaten. De premie voor de ANW-compensatie gaat 0,1 procentpunt omhoog. Samen met de herstelopslag van 1 procentpunt bedraagt de OP/NP-premie (inclusief ANW-compensatie) vanaf 1 januari 2012 22,2%. De werknemer betaalt 6,795%. De premie voor het ABP ArbeidsOngeschiktheidsPensioen (AOP) blijft staan op 0,3% (HBO: 0,2%). De werknemer betaalt 0,075% (HBO: 0,05%).
Deze premies worden berekend over het jaarsalaris na aftrek van een franchise of premievrije voet. De OP/NP-franchise wordt in 2012 voor iedereen €10.850. Maar voor werknemers, die zijn geboren vóór 1950 en nog gebruik kunnen maken van de FPU-regeling, leidt deze lage franchise niet tot extra pensioenopbouw. Voor de opbouw van hun ouderdoms- en partnerpensioen geldt een hogere franchise van in 2012 €17.500. De franchise voor AOP wordt in 2012 voor iedereen €18.700.
De Overgangspremie VPL, die wordt ingehouden voor de financiering van de FPU en de extra inkoop van pensioen voor degenen die niet meer met FPU kunnen, gaat in 2012 met 0,2 procentpunt omhoog naar 3,9%. 2,35% komt voor rekening van de werknemer. Deze premie moet over het hele salaris worden betaald (dus zonder aftrek van een franchise).
De premie voor het PartnerPlusPensioen, een door veel leden afgesloten keuzeproduct, is voor 2012 bepaald op 1,5%.