CNV Onderwijs > Nieuws

Nieuws

29 november 2008

Column Siop: de staking

Door: G. Siop

 De staking

Staken in het onderwijs is eigenlijk van ouds en nog steeds not helemaal done. Dat zal ongetwijfeld, minstens naar buiten toe, worden verklaard uit het  grote gevoel verantwoordelijkheid voor de geregelde voortgang van het onderwijsproces, wellicht zelfs uit liefde voor het steeds centraal gestelde kind. Het kan ook zijn dat de gemiddelde potentiële staker zijn salaris over de stakingsdag niet wil inruilen voor de stakingsuitkering die hij ontvangt van zijn vakbond. Dit laatste wordt wel ontkend maar is minstens ook  reden tot opluchting van de beheerders van de diverse actiekassen.  Die zijn, zeker binnen ons CNV en onze bloedeigen CNV Onderwijsbond, niet echt royaal gevuld. Op zijn beurt kwam dat weer doordat vele algemene vergaderingen lang toestonden dat stortingen in die aktiekas uitbleven of werden geminimaliseerd. Het gezag kwam immers generaties lang van de Heer en dat kwam de diverse bondspenningmeesters nog goed uit ook.

Het moge duidelijk zijn: de tegenstander  weet dat. Van die geringe bereidheid om een machtige arm te maken die het ganse raderwerk stil zet wordt dan ook, van ouds en nog steeds,  gretig misbruik gemaakt. Door de gemiddelde belastingbetaler, gerepresenteerd door de overheid en door de onderwijswerkgever die graag rust in de tent wil en dat dan zo goedkoop mogelijk.

Om met de eerste te beginnen: ik begrijp de overheid. Stel je hebt als bewindsmens honderd euro te verdelen. Er zijn twee gegadigden. De een is de leraar die als bekend zwaar is belast, de ander is een  ook zwaar belaste havenarbeider.  De eerste vraagt netjes om die honderd Euro, de tweede dreigt een kist te laten vallen boven op het hoofd van de behoede minister. Zeker weten, de havenarbeider krijgt die honderd euro.  Om van dat gedoe af te zijn is de lumpsum  geïntroduceerd. Daarmee zijn we aanbeland bij de tweede categorie die misbruik maakt van de geringe stakingsbereidheid van onderwijsgevenden, dus bij de onderwijswerkgevers. Die hebben via de lumpsum nu zonder schotten tussen exploitatie en salarissen al het geld in handen en naar eigen zeggen echt te weinig mogelijkheden om de op zich zelf redelijke taakverlichting te realiseren. Dat geld is op nadat het rijkelijk is uitgestrooid over bovenschoolse rectoren, de president commissarissen en directeuren  van grote schoolbesturen als OMO  en aan het in eigen beheer nemen van elk een eigen bestuursbureau met geleerd ondersteunend personeel dat ook al fors ver af staat van de kernactiviteit van de scholen. Dat die schoolbesturen hun eigen CAO- onderhandelaars voor Jan met de korte achternaam laten staan is vanwege bedoeld  geldgebrek dan ook volstrekt begrijpelijk en zelfs te billijken.

De bonden, en dus ook de leden daarvan,  moeten daar niet over zeuren. Ze moeten gewoon de hand in de, veelal ook nog eens vrij onappetijtelijke  mannelijke, eigen boezem steken. Ze moeten als echte vakbonden gewoon staken tot ze winnen. Die staking moet dan wel goed worden georganiseerd en het is de vraag of dat het geval is.  Nee dus. Zo constateerden we bij gewone ploeteraars op de onlangs gehouden Algemene Vergadering ernstig ongenoegen.  Ben je als kaderlid in het holst van de concurrerende leeuw, in het FNV gebouw in de hoofdstad, zit je in je uppie, heb je geen (wel beloofde) stakingsdeelname- formulieren, geen reclamemateriaal, geen lidinschrijvingsformulieren, geen leuke petjes en ballonnen en word je ook nog eens omringd door collega’s van andere bonden die dit soort spullen wel volop hebben en het zeer met je te doen hebben. Dan ben je pas echt opgelucht dat er zich slechts elf stakers aanmelden. Fijn dat de bobo’s wel vooraan bij de televisie in Utrecht zijn. Jammer dat die kennelijk niet eerst even met hun leaseauto al die spullen naar  de inschrijfplekken hebben gebracht.  Maar ja, ook daar in Amsterdam staat het kind in het bijzonder onderwijs nog steeds centraal. Zou het nu niet eens tijd worden dat we  eindelijk eens een echte vakbond worden?