Lente- en zomerscholen

Soms zijn er van die momenten: een leerling die het net niet redt, die uitvalt op wiskunde, Engels of Nederlands. Leerlingen voor wie een docent graag extra tijd vrij zou maken. Leerlingen voor wie het zonde is om het hele jaar opnieuw te moeten doen. In die situaties zijn lente- en zomerscholen een extra interventie die leraren kunnen inzetten om zittenblijven tegen te gaan. Zittenblijven is duur en vaak zinloos. Voor die leerlingen waarbij het maar van enkele vakken afhangt is het zinvol om een korte periode bijgespijkerd te worden. In 2013 hebben de VO-raad en CNV Onderwijs het initiatief genomen voor de zomerscholen. Vanaf 2016 zijn op verzoek vanuit het onderwijs ook lentescholen in de overheidssubsidie opgenomen.




Lente- en zomerscholen in het nieuws
•    Lenteschool voor de laatste loodjes (de Telegraaf, 17 februari 2017)
•    De zomerschool als laatste redmiddel om over te gaan (Nieuwsuur, 23 juli 2016)
•    Achterstand inhalen op Zomerscholen (Dagblad van het Noorden, 12 juli 2016)
•    Zomerschool motiveert (CNV Onderwijs, 7 juli 2016)
•    Verhaal van een lenteschool als samenwerking tussen twee scholen
•    Miljoenenbesparing door zomerscholen moet naar kleinere klassen (CNV Onderwijs, 15 juli 2015)
•    Bijna 7.000 leerlingen spijkeren bij op de zomerscholen (CNV Onderwijs, 3 juli 2015)
•    Zomerscholen effectief instrument tegen zittenblijven (CNV Onderwijs, 19 januari 2015)
•    Conclusie Rijksuniversiteit Groningen: Zomerscholen effectief tegen zittenblijven (CNV Onderwijs, 11 december 2014)
•    Bijspijkeren (Radio 1, 25 juni 2013)
•    Zomerschool: vakantie met een bonus (CNV Onderwijs, 12 juli 2013)


Verberg alles / Toon alles

  • Wat zijn lente- en zomerscholen?

    Lente- en zomerscholen zijn scholen waar leerlingen in de vakanties bijles krijgen in de vakken waarop ze anders zouden blijven zitten. In de praktijk volgen leerlingen vaak meerdere vakken, vooral wiskunde, Nederlands en Engels. Lente- en zomerscholen zijn initiatieven van samenwerkende of zelfstandige scholen voor voortgezet onderwijs.

  • Zomerscholen: historisch overzicht

     

     

  • Het team aan zet

    Het hele team van leraren beslist over de inzet van lente- en zomerscholen. Gaat een school zelfstandig een eigen lente- of zomerschool opzetten of doet zij dit in samenwerking met andere scholen in de regio? Geven docenten zelf les of worden externen ingehuurd? En last but not least: welke leerlingen mogen deelnemen?

    Om de lesstof van de lente- of zomerschool goed te kunnen vormgeven is de betrokkenheid van de eigen vakdocent en mentor belangrijk. De eigen vakdocent stelt het lespakket samen en de mentor is betrokken bij de selectieprocedure en kijkt bijvoorbeeld mee naar de huiswerkattitude en motivatie van de leerling.


  • Wat zegt onderzoek over de lente- en zomerscholen?

    TIER (Universiteit Maastricht) deed in 2016 onderzoek naar het effect van de lente- en zomerscholen en een procesevaluatie van de eerste lichting lentescholen. In dit onderzoek wordt een direct verband gelegd tussen zomerscholen en het voorkomen van zittenblijven. Dankzij de zomerscholen ging uiteindelijk 87% van de leerlingen toch nog over. Voor lentescholen ligt dit iets lager met 76%. Dit komt mogelijk door de andere selectiecriteria (van de leerlingen is dan vaak nog niet bekend of ze blijven zitten) en de verschillen in duur van de lenteschool. Alle betrokkenen zijn overwegend positief over de lentescholen.

    Belangrijkste aanbeveling voor de lente- en zomerscholen is een betere communicatie zodat ouders en leerlingen goed weten wat ze kunnen verwachten en beter gemotiveerd zijn tot deelname of ondersteuning.

    Klik hier voor het volledige onderzoek en hier voor de samenvatting.

    Het CPB publiceerde in 2015 een onderzoek naar zittenblijven met daarin ook aandacht voor de zomerscholen. Het volledige onderzoek lees je hier en de korte versie hier.

    Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen, 2014, gaf aan dat zomerscholen op korte termijn effectief zijn. Lees het volledige onderzoek hier. Enkele conclusies zijn:
    1.    De zomerschool maakt verschil; in de pilotstudie van 2014 heeft 86% van de deelnemende leerlingen de zomerschool met succes afgerond.
    2.    De zomerschool is effectief voor alle leerlingen, maar het tot dusver verrichte (buitenlandse) onderzoek is niet eenduidig over de vraag voor welke groepen leerlingen de zomerschool effectiever is (bijvoorbeeld leerlingen in achterstandssituaties).
    3.    De zomerschool, mits vroeg, preventief en herhaald ingezet, heeft de potentie de ongelijkheid in het onderwijs te verminderen.
    4.    De zomerschool is effectiever naarmate aan de volgende kenmerken voldaan is:
    -    Leren in kleinere groepen (max. 15 leerlingen),
    -    Leren aan de hand van duidelijk gestructureerde lesstof,
    -    Activerende werkvormen,
    -    Geselecteerde en gekwalificeerde leerkrachten,
    -    Een positieve houding en betrokkenheid van zomerschooldocenten,
    -    Ouderbetrokkenheid.

  • Waar vind ik meer informatie?

    Op de website van de lente- en zomerscholen vind je altijd relevante en actuele informatie en voorbeelden van andere scholen. Meer weten over het aanvragen, de wijze van toekenning en de uitbetaling van subsidie? Je kunt je nog aanmelden voor een bijeenkomst over zomerscholen op 20 april.

  • Zijn er ook zomerscholen voor andere sectoren (primair onderwijs en mbo)?

    Ja, die zijn er. Deze vallen niet binnen de regeling voor lente- en zomerscholen zoals dat in het voortgezet onderwijs geldt. Op Leraar24 staan enkele voorbeelden.