12-07-2017

Onderwijslonen primair onderwijs fors lager in vergelijking met marktsector

Het gemiddelde loon van leraren in het primair onderwijs ligt 14 procent onder dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector. Ook schoolleiders in het primair onderwijs verdienen minder (12 procent) dan vergelijkbare werknemers in de marksector. Deze verschillen zijn sinds 2006 vrijwel constant. Dat blijkt uit Wat een leraar verdient. Vergelijking van het loon van leraren en schoolleiders in het primair onderwijs met de marktsector, 2006–2015.

De vergelijking is gedaan door SEO Economisch Onderzoek in opdracht van het Arbeidsmarktplatform PO, van en voor werkgevers en werknemers in het primair onderwijs. Aanleiding voor de vergelijking  is de vraag of het primair onderwijs kan concurreren met de marktsector om hbo- en wo-opgeleid personeel.

Loek Schueler, voorzitter van CNV Onderwijs: ‘Deze cijfers laten zien dat het echt belangrijk is dat de politiek nu over de brug komt en geld reserveert voor meer salaris in het primair onderwijs. Daarnaast moet de werkdruk omlaag, bijvoorbeeld door te investeren in meer onderwijsassistenten op school.’

Leraren
Het gemiddelde bruto uurloon van leraren bedraagt in 2015 ongeveer 26 euro. Dat is ongeveer 4 euro (14 procent) lager dan dat van een vergelijkbare werknemer in de marktsector.

Het loonverschil voor masteropgeleide leraren is fors: 23 procent (8 euro), dat percentage is veel hoger dan het loonverschil voor de hbo-opgeleide leraren, dat is 11 procent.

Leraren boven de 35 jaar verdienen veel minder dan vergelijkbare werknemers in de marktsector, het verschil loopt op tot 30-35 procent voor voltijdswerkende leraren, dat is 11 tot 15 euro per uur minder. Het gemiddelde brutoloon voor leraren jonger dan 35 jaar met een voltijds dienstverband is 3 procent  lager dan dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector, ongeveer 1 euro per uur minder.

Ook voor deeltijders ligt het verdiende loon lager dan in de marksector. Een vrouwelijke leerkracht tussen de 35 en 50 jaar met een deeltijdaanstelling verdient gemiddeld ongeveer 12 procent (4 euro bruto) minder dan een vergelijkbare werknemer in de marktsector. Voor vrouwen boven de 50 jaar is dat 7 procent.

Schoolleiders
Ook schoolleiders hebben een lager gemiddeld bruto-uurloon dan de vergelijkbare werknemers in de marktsector. In 2015 was het gemiddeld bruto-uurloon van schoolleiders ongeveer 12 procent lager dan dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector, een verschil van ongeveer 5 euro.

Over het onderzoek
Voor de vergelijking is gebruikgemaakt van registratiedata van het CBS, over alle werknemers in Nederland. Voor de vergelijking van uurlonen van leraren met die van werknemers in de marktsector is gebruikgemaakt van de matchingmethode. Hierbij is voor elke werknemer in het onderwijs de meest vergelijkbare werknemer in de markt gezocht. De matching is gemaakt op basis van achtergrondkenmerken van de werknemer zoals leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, beroepsniveau, woonregio en omvang van het dienstverband.

Het uurloon is berekend op basis van het totale belastbare looninkomen, gedeeld door het aantal daadwerkelijk gewerkte en verloonde uren. Dat aantal is voor voltijdwerknemers in het primair onderwijs ongeveer gelijk aan de in de cao gedefinieerde normjaartaak van 1659 uur. Van een voltijd dienstverband is sprake als de wekelijkse arbeidsduur minimaal 0,95 procent van de voltijdse wekelijkse arbeidsduur volgens de cao betreft.