03-04-2012

Minister spreekt zichzelf tegen over vakantiedagen voortgezet onderwijs

Minister van Bijsterveldt is in haar antwoord aan de Eerste Kamer onduidelijk over haar rol in de discussie over vakantiedagen voor docenten en roostervrije dagen voor leerlingen. Dat constateren de gezamenlijke onderwijsbonden in een brief aan de senaat.

De Eerste Kamer heeft een tweede ronde ingelast in de behandeling van de wet onderwijstijd, waarin de 1.000 uur les voor leerlingen wordt opgerekt naar 1.040 uur en de vakanties van docenten worden ingeperkt. Die stap volgt na het, blijkbaar onbevredigende, antwoord van de minister op de eerdere schriftelijke vragenronde. De onderwijsbonden AOb, Abvakabo, CNV Onderwijs en FvOv zien dat de minister zichzelf tegenspreekt, schrijven zij in een brief aan de senatoren. Eerst zegt zij dat zij niet aan de cao-afspraken komt, vervolgens schrijft ze dat op negen roostervrije dagen van leerlingen 'de school niet gesloten mag zijn.' Verderop zegt ze dat van de twaalf roostervrije dagen er maar drie voor de leraren vrij mogen zijn. De bonden vragen de Eerste Kamerleden om de minister aan te spreken op deze tegenstrijdigheden.

Over de noodzaak van de omslag van 1.000 naar 1.040 lesuren voor leerlingen is de minister volgens de bonden vaag. Omdat er voor die extra uren geen bekostiging komt, verlegt zij bovendien de financiële problemen naar de scholen. Het verhogen van de urennorm is ten slotte overbodig, veel scholen halen de normen nu met gemak. Een derde bezwaar gaat over de rol die de minister toebedeelt aan ouders en leerlingen, zij krijgen een grotere stem als het gaat om de kwaliteitsbewaking. De bonden ervaren dat als een aantasting van de professionaliteit van de leraar. De Raad van State heeft ook al gezegd dat het onacceptabel is dat ouders en scholieren binnen dit wetsvoorstel meer rechten krijgen om de kwantiteit en kwaliteit van de lessen te toetsen.

Klik hier voor de brief aan de Eerste Kamer (PDF)